<<

Kooktechniek - Roosteren

Roosteren gebeurt op een rooster die zich boven of naast een vuurhaard bevindt. Je kunt direct roosteren of indirect roosteren. Bij direct roosteren liggen de groenten op een rooster boven de warmtebron, zoals houtskool of briketten. Bij indirect roosteren wordt het voedsel niet boven maar buiten de directe stralingswarmte van de hittebron geplaatst, zoals roosteren op een spit of voor een vuurhaard. De handelswijze is bijna dezelfde als voor grillen. Ook hier gebruik je bij voorkeur harde groenten die je al dan niet rauw of gegaard op het rooster legt. Wrijf de groenten voor het roosteren in met olijfolie of een andere olie. Overdrijf evenwel niet met de hoeveelheid olie, anders druipt die op het vuur en ontstaan hoge vlammen. Kruid ze vervolgens met peper, zout en/of kruiden. Je kunt de groenten ook in aluminiumfolie inpakken, samen met andere ingrediënten zoals vis, vlees of gevogelte, en ze zo op het rooster leggen. Dat heet in de gastronomie ‘en papillotte’. In dat laatste geval kun je ook zachte groenten in de papillot stoppen.

TECHNIEK:

  1. Reinig en was de groenten. Laat ze geheel of snijd ze in plakjes. Gaar ze vooraf naargelang de groente of naar wens.
  2. Wrijf ze in met olijfolie of een andere olie, maar let erop dat de vetstof niet van de groente afdruipt.
  3. Rooster de groenten op de zijkant van de gril, eventueel in aluminiumfolie gewikkeld.