<<

Kooktechniek - Grillen

Grillen gebeurt op een metalen plaat, zoals een teppanyaki of een grilpan, een pan waarin een geribde laag is aangebracht, op een elektrische contactgril of in de oven op grilstand als je indirect wil grillen. Het is een vrij gemakkelijke techniek. Je moet alleen opletten welke groenten je gebruikt. Harde groenten zijn het geschiktst om te grillen: asperges, schorseneren, prei, aardappelen, pompoen, venkel, uien, en mediterrane groenten zoals aubergine, courgette en paprika’s. Je kunt de groenten rauw grillen of, naargelang de groenten, op voorhand koken in water of bouillon, koud spoelen en dan verder grillen.

TECHNIEK:

  1. Reinig en was de groenten. Droog ze. Laat ze geheel of snijd ze in plakjes. Gaar ze vooraf naargelang de groente of naar wens.
  2. Wrijf ze matig in met olijfolie. Kruid ze met peper, zout of kruiden.
  3. Gril de groenten op de teppanyaki, in de grilpan of op een contactgril als je een mooi roostereffect wilt. Of in de oven op grllstand.