<<

Kooktechniek - Fruiten en frituren

Bij fruiten en frituren denken we in de eerste plaats aan frieten, een absoluut icoonproduct van de Belgische keuken. En aan aardappelen, de koning van de gefrituurde groentebereidingen. Maar ook andere groenten lenen zich tot frituren. Groenten zoals aardpeer, biet, cassave, courgette, knolen koolraap, pastinaak, wortelen, paarse en zoete aardappelen kun je eveneens rauw frituren. In principe kan het met elke groente die veel zetmeel bevat. Snijd ze in staafjes zoals frieten of in plakken. Zachtere groenten blancheer je eerst en verpak je daarna met een beslag of een ander product (zie paneren, tempura). Net zoals je chips maakt van aardappelen, kun je ook chips maken van harde groenten zoals aardpeer, knolselderij, schorseneren, rode biet, wortel, courgette. Snijd ze in fijne plakjes met een keukenschaaf of mandoline en frituur ze. Je kunt ze serveren bij het aperitief, in salades verwerken of als decoratief element in gerechten verwerken.

TECHNIEK:

  1. Reinig en was de groenten. Snijd ze in staafjes, schijfjes, tagliatelle of slierten als je ze als garnituur wilt gebruiken.
  2. Frituur ze.
  3. Laat ze na het frituren altijd goed uitlekken en drogen op keukenpapier.