<<

Kooktechniek - Carpaccio

Carpaccio is een originele en bovendien makkelijke manier om groenten te serveren. Een dunsnijder, keukenschaaf of scherp mes is wel onontbeerlijk om de groenten in ultrafijne plakjes te snijden. Allerlei groenten lenen zich voor een carpaccio, zoals aubergine, bieten, bleekselderij, champignons, courgette, komkommer, radijzen, rammenas, rettich, spruiten, tomaten, venkel, wortelen en nog veel meer. Zachte groenten kun je over het algemeen rauw als carpaccio serveren. Rauw komt hun smaak nog beter tot hun recht. Hardere groenten moeten eerst in hun geheel gegaard worden, zodat ze een zachte beet krijgen. Groenten zoals aubergine en courgette kan je in plakjes snijden en vervolgens grillen zodat ze niet alleen zachter worden, maar ook hun smaak wordt opengetrokken. Knolgroenten zoals radijzen, rammenas, rettich en biet kun je ook even marineren met een goede azijn. Laat ze na het garen goed uitlekken en drogen. Snijd ze dan in plakjes. Je kunt ze ook afwerken zoals een klassieke vleescarpaccio: met balsamicoazijn of een vinaigrette, met rucola of een (kruiden)slaatje, met pijnboompitten en Parmezaanse kaas.

TECHNIEK:

  1. Reinig en was de groenten.
  2. Gaar harde groenten.
  3. Snijd ze met een keukenschaaf of mes in ultrafijne plakjes.