<<

Kooktechniek - Bakken en roerbakken

Groenten kunnen op verschillende manieren worden gebakken: in de pan, in de oven of in de wok. In dat laatste geval spreek je over roerbakken of wokken. Om te bakken wordt een vetstof gebruikt, zoals boter, olijfolie en andere soorten olie. Een wok heeft als voordeel dat je op een zeer snelle manier en op hoge temperatuur groenten kunt opwarmen zonder de krokantheid te verliezen. Dat kan in principe ook met een pan, maar daarin is het moeilijker om te roeren, behalve in diepe pannen met een hoge opstaande rand. Voor het wokken moeten de groenten eerst in kleine stukjes worden gesneden, zodat ze snel dichtschroeien en hun smaak en sappigheid bewaren. Bakken is niet hetzelfde als kleuren. Je kunt groenten kleuren door ze even aan te bakken en dan verder te verwerken. Alles hangt ervan af hoelang je wilt bakken. En of je de groente rauw bakt of pas nadat je ze gekookt hebt. Kleuren geeft trouwens ook een smaakverandering: wortelen krijgen een wat zoetere smaak, uien een typische geglaceerde smaak waardoor ze meer smaak zullen afgeven aan de gerechten waaraan ze worden toegevoegd.

 

TECHNIEK

  1. Reinig en was de groenten. Snijd ze indien nodig. Gaar ze indien nodig vooraf in water. Laat ze grondig uitlekken.
  2. Verhit de vetstof. Vooral bij roerbakken is het belangrijk dat de vetstof zeer heet is.
  3. Bak of roerbak de groenten naar smaak.